Niemand zit te wachten op een lijst met herstelpunten na een inspectie. Gelukkig kun je zelf als ondernemer al veel doen om je bedrijfspand voor te bereiden. In de praktijk zien inspecteurs namelijk vaak dezelfde soort afkeurpunten terug. We zetten de top 5 voor je op een rij.
1. Losse of ondeugdelijke verbindingen
Door trillingen, temperatuurwisselingen of ondeskundige montage kunnen draden in de meterkast of lasdozen los gaan zitten. Een loszittend contact zorgt voor een hoge 'overgangsweerstand'. De stroom moet dan door een te krappe opening, wat leidt tot enorme hitte (hotspots) en uiteindelijk brandgevaar.
2. Stof en vervuiling in verdeelinrichtingen
Een meterkast is geen opslagruimte, maar in de praktijk staan ze vaak vol en liggen ze vol stof. Vuil, stof, vet of vocht in een groepenkast of in de buurt van elektrisch materieel vormen een direct brandrisico, doordat de warmte niet weg kan of er geleiding ontstaat.
3. Verkeerd gebruik van haspels en stekkerblokken
Een klassieker op de werkvloer: het zogenoemde 'oneigenlijk gebruik'. Denk aan stekkerblokken die in andere stekkerblokken worden gestoken (cascaderen) of kabelhaspels die bij gebruik met zware apparatuur (zoals een bouwkachel) niet volledig zijn afgerold. Door de spoelwerking wordt de opgerolde kabel gloeiend heet, waarna de mantel wegsmelt.
4. Brandbare materialen te dicht bij installaties
Elektrisch materieel moet voldoende warmte kwijt kunnen. Wanneer brandbare materialen (zoals kartonnen dozen of archiefpapier) strak tegen een omvormer of verdeelinrichting staan, kan warmtestraling overslaan en brand veroorzaken. Houd altijd voldoende vrije ruimte (idealiter een meter) rondom de installatiekasten.
5. Ontbrekende documentatie
Inspecteurs stuiten er vaak op: er zijn in de loop der jaren groepen bijgeplaatst, maar de tekeningen en de groepenverklaring kloppen niet meer. Bij een gebrek aan de juiste informatie (groep F in de inspectiemethodiek) kan een situatie als onveilig worden bestempeld omdat het risico simpelweg niet goed in te schatten is.